Ingedeeld onder: bieschty

Ik denk van niet, maar het is wel heel gezellig.
Fijn dat Tony zich zo heeft verdiept in de Veluwse gebruiken.
Ingedeeld onder: bieschty
Er is niemand meer om de schuld te geven van alle rotzooi die hier ligt. Los van het feit dat ik de enige ben hier, is het ook echt alleen mijn rotzooi.
Ik kan niks met die verdwaalde dollars die hier en daar liggen. Je kunt hier niet met dollars betalen.
Het pak yogho! yogho! dat op tafel staat is al te lang uit de koelkast geweest, en daarom vast niet meer lekker.
Er zijn nog wel dingen die naar iemand ruiken en daar ruik ik dan een beetje aan.
Aan de overkant van de oceaan staat in een kamer een bureau met daarop een computer die niet aan wil.
Ik heb gisteravond mijn tanden niet gepoetst voor het slapen gaan, en deze “ochtend” ook nog niet. Ik doe het zometeen. Niet dat ik iemand te kussen heb, maar ik moet zometeen met een olijk petje op een groep mensen van een bouwbedrijf een gezellige dag bezorgen.
Ik ga nu douchen.
Ingedeeld onder: bieschty
Nasja: “Moet je niet nog even naar de kapper?”
Marleen: “Niet aan je kin zitten, je had de vorige keer ook al krentebaard.”
Michael: “Je moet muntdrop op je tanden doen, dan denkt hij dat je tanden uit je bek zijn geslagen. Of zal ik je een blauw oog schminken?”
Romantiek is hartstikke leuk, als je er oog voor hebt.
En nu naar bed, anders heb ik morgen geen gezicht.
Ingedeeld onder: bieschty
…heb ik op de raarste momenten de meest truttige gedachten. Zoals nu:
“Hè, wat doet mijn orchidee het goed.”
Gelukkig komt er in mijn hoofd dan al gauw wat evenwicht door een donkere gedachte als:
“De Medinilla magnifica pinatubo ziet er wat verlept uit, die moest ik maar eens een ander plekje geven.”
Ingedeeld onder: bieschty
Vanochtend ging ik naar de kruidenier en vroeg om een rookworst.
Tot mijn grote verbazing drukte hij me een pot pindakaas in mijn hand.
“Maar dat is geen worst”, protesteerde ik geërgerd.
“Oh nee?”, schreeuwde hij. “Hier! Hier! Hier, en hier!”
En hij kwakte een pak maizena, een fles afwasmiddel, een zak rijst en een doos Willem II op de toonbank.
“Alles is mij worst!”, krijste hij. “Alles is mij worst!”
Ik hoorde later van een buurvrouw dat hij pas met vakantie in het Schwarzwald was geweest.
En dat zijn vrouw hem daar in de steek had gelaten voor een jonge houthakker.
Triest, heel triest.
Daar gaat, vrees ik, weer een goed beklampte buurtzaak.
C. Buddingh, De Kleine Ballerina en andere microverhaaltjes, Deventer 1981.